Tea Towel Spelregels: Mens Erger Je Niet (Ludo)

Ludo is de Engelse benaming voor het bekende spel Mens-erger-je-niet. Hoewel het een gezellig spel is om te spelen, kun je het je medespelers ook flink lastig maken. Heb je het nog nooit gespeeld of is het alweer een tijdje geleden? Hieronder lees je hoe het precies in zijn werk gaat.

Benodigdheden

  • 1 Weltevree Tea Towel met Mens-erger-je-niet-patroon
  • 4 x 4 speelstukken. Speel je met minder dan 4 spelers? Dan heb je minder speelstukken nodig. Elke speler speelt namelijk met vier pionnen in zijn eigen kleur (of met een ander herkenbaar kenmerk).
  • 1 dobbelsteen (of gebruik een dobbelsteen-app)

Voorbereiding:

  • Leg de Tea Towel op een min of meer gladoppervlak. Geschikte ondergronden zijn bijvoorbeeld een tafel, picknickkleed, grote platte steen, vloer of het strand.
  • Verzamel vervolgens de speelstukken. Elke speler kiest zijn eigen speelstukken en markeert deze indien nodig met eenzelfde kleur of patroon voor extra herkenbaarheid.
  • Het patroon op de Tea Towel heeft het bekende patroon van een Mens-erger-je-niet-bord. Dit is een patroon in de vorm van een kruis en is opgebouwd uit grote stippen. De armen van het kruis zijn verdeeld in drie kolommen met twee kolommen met lichte stippen en één kolom met donkere stippen. Op de hoek van elke arm, in de hoeken van de theedoek, is een vierkant met vier donkere stippen: de startcirkel. Elke speler plaatst daar zijn speelstukken voor de start van het spel.

Doel van het spel

Probeer om alle vier jouw speelstukken een complete ronde over het bord laten lopen en deze binnen te brengen op het thuishonk.

Start van het spel

  • Er is één dobbelsteen in het spel. De spelers gooien hier om de beurt mee. De speler met de hoogste worp mag het spel beginnen. Deze speler gooit daarvoor opnieuw met de dobbelsteen. 
  • Een speler moet eerst 6 gooien om een speelstuk op het spelbord te mogen plaatsen vanuit de startcirkel op zijn startpunt op het spelbord. Het startpunt van een speler bevindt zich rechts naast zijn startcirkel (zie hierboven). Dit is het geval aan het begin van het spel, maar ook later in het spel als de speelstukken van het bord zijn gespeeld door medespelers. 

Een speelstuk verplaatsen

  • Een speelstuk mag alleen met de klok mee verplaatst worden op het bord. Elke beurt mag een speler één speelstuk verplaatsen volgens het aantal ogen dat de speler heeft gegooid met de dobbelsteen.
  • Heeft de speler meerdere speelstukken op het bord staan? Dan mag de speler kiezen welk van zijn speelstukken hij verplaatst. Het aantal zetten mag niet verdeeld worden over meerdere stukken.

Een speelstuk slaan

  • Landt een speelstuk op het speelstuk van een andere speler? Dan wordt het speelstuk geslagen en van zijn plek gestoten. De betreffende speler moet het terugplaatsen in de startcirkel.

  • Landt een speelstuk op een ander speelstuk van dezelfde speler? En kan het andere speelstuk niet verplaatst worden? Dan vervalt de beurt. 

Thuishonk – einde van het spel

  • Is een speelstuk het hele bord rondgegaan? Dan komt het stuk aan bij het thuishonk. Gooit een speler meer ogen dan nodig zijn om een stuk binnen te krijgen in het thuishonk? Dan moet de speler terugtellen vanaf het einde. Het speelstuk komt dan weer op het normale spelbord terecht en kan van het bord worden geslagen. 

  • Zijn alle vier de speelstukken van één speler binnen op zijn of haar thuishonk? Dan is die speler de winnaar!

Related products

19,00

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *